vlag-zwitserland35px.pngvlag-nederland35x53px.png

Diepdruk (ets, droge naald, etc.)

Binnen deze groep kennen we verschillenden technieken.

Overeenkomst is dat de afbeelding verdiept in de metalen drukplaat (meestal koper of zink) ligt.

We onderscheiden de volgende diepdruktechnieken:


Raadhuys-Gennip-gravure.jpgGravure

Met een burijn, een heel fijn gutsje, steek je lijnen uit een tevoren gepolijste plaat koper of zink. Hoe dieper de burijn in het metaal wordt gedreven, hoe dieper en breder de groef is, hoe meer inkt er bij het aftdrukken in kan, hoe zwarter de lijn wordt in de afdruk. De afgedrukte gegraveerde lijn is karakteristiek, omdat de afscheiding tussen lijn en papier scherp is. Ook is karakteristiek dat elke lijn dun begint en dun eindigt. De insteek van de burijn is altijd eerst ondiep, dan steeds dieper en tenslotte weer oppervlakkig De burijn wordt immers eerst licht, dan met meer kracht en tenslotte weer met weinig kracht in het metaal gedreven.

Het verschil tussen een in koper en een in zink gestoken gravure is de hardheid van het metaal. Koper is harder. Daardoor zijn de lijnen vaak minder diep en is de te drukken oplage groter. Zink is zachter en wordt vaak gebruikt door kunstenaars die met kleinere oplagen tevreden zijn.

Van gravures kunnen grote oplagen worden gedrukt. De lijnen liggen verdiept in de plaat en zijn daardoor beter bestand tegen de steeds terugkerende plettende kracht van de drukpers dan bijvoorbeeld een droge-naald-prent.


drogenaald-josine.jpgDroge naald

Hierbij trek je met een stalen pen met scherpe punt handmatig groeven in het oppervlak van een tevoren gepolijste zinkplaat. Hoe meer kracht je zet, hoe dieper de naald in het zink wordt gedreven, hoe dieper de groef wordt. Het zink wat uit de groeven wordt geduwd, blijft als een dun richeltje met bramen opstaan langs de groeven. Hoe meer kracht je zet bij het krassen, dus hoe dieper de groeven worden en hoe hoger de opstaande randjes en bramen.

Bij het afdrukken bedek je de hele plaat met ets-inkt. Vervolgens ga je heel voorzichtig de plaat ‘afslaan’. Dit wil zeggen: je veegt alle overtollige inkt weg. Op die plaatsen waar geen krassen zijn aangebracht, blijft de inkt niet zitten. Die poets je daar weg. In de afdruk zullen deze plaatsen als witte of heel licht grijze plekken zichtbaar worden, als je met zwarte inkt afdrukt.

In de groeven en achter de bramen blijft wel inkt achter. Die zullen in de afdruk mooie pluizige zwarte lijnen te zien geven. Hoe dieper de groeven en hoe hoger de bramen uitsteken, hoe meer inkt er wordt vastgehouden, dus hoe breder de zwarte lijnen in de afdruk zichtbaar worden.

Een ander karakteristiek van droge-naald-prenten is de afwezigheid van mooie ronde lijnen. Als je veel kracht moet zetten, dan kun je wel min of meer rechte lijnen krassen, maar niet vloeiend een bocht om.

Van elke prent kun je meerdere afdrukken maken. Toch blijkt dat met name bij ‘droge-naald’-afdrukken de kwaliteit van het werk snel terug loopt. Dit is ook wel logisch: iedere keer dat de zinkplaat door de etspers wordt gehaald, komt er zoveel druk op te staan de dat zinkbramen van de etsplaat gaan pletten. Zink is immers een zacht metaal. De eerste afdrukken van de oplage zullen altijd mooier zullen zijn dan de laatste.

 
Ets
DSCN2321.jpg

Hierbij worden de lijnen van een tekening door middel van een chemisch proces in de zink- of koperplaat aangebracht. Daartoe wordt de tevoren gepolijste drukplaat eerst aan de voor- en achterkant met een zuurbestendige laag afgedekt. Aan de onderkant is dit een harde laag die alleen maar hoeft te beschermen. Aan de bovenkant is dit een zachte wasachtige laag waarin de afbeelding wordt aangebracht. Uiteraard kun je met een scherpe punt van een stalen etsnaald gaan tekenen, maar ook met zachtere materialen en met oplosmiddelen werken. Zo kun je meer schilderachtige lijnen en motieven aanbrengen.

Wat je in feite doet, is op door jou gewenste plekken het zink weer blootleggen. Wanneer je zo’n ‘betekende’ plaat in het zuur legt, gaat het zuur een chemische reactie aan DSCN2329.jpgmet het blootliggende zink. Lijnen worden als het ware ‘weggevreten’. Hoe langer een drukplaat in het zuur ligt, hoe dieper de groeven uitbijten. Dus hoe meer inkt er uiteindelijk in zal kunnen, hoe zwarter de lijnen. Op die plaatsen waar de lak in takt is gebleven, gebeurt in het zuur niets. Daar blijft de plaat onbeschadigd en zal bij het afdrukken in principe geen inkt vast houden.

Zodra de plaat naar je zin is, kun je de afdeklak verwijderen en de hele plaat insmeren met etsinkt. De overtollige inkt poets je weg. foto-ets-afdrukken.jpgAlleen in de groeven blijft inkt achter.

Hoewel de lesboekjes over de techniek voorschrijven dat je tijdens het afdrukken de ‘overtollige’ inkt wegpoetst, kun je je bij elke prent afvragen wat nou eigenlijk ‘overtollig’ is. Vaak geven de inkt-resten naast de tekening een mooie, soms onheilspellende uitstraling aan de afdruk. Nadeel van het laten staan van inkt-resten is dat je geen twee gelijke afdrukken kunt maken. Iets wat eigenlijk wel een eigenschap van grafiek is.

DSCN2341.jpg

Etsen kun je alleen op speciaal etspapier afdrukken. Dat is papier dat uit katoenvezels bestaat. Het zijn die vezels die zacht en meegevend worden nadat het papier in water is geweekt.

De drukpers bestaat uit twee cilinders met daartussen een tafelblad. Op de tafel leg je eerst de drukplaat, daaroverheen het drukpapier en daar weer overheen een lap vilt. Dit vilt zorgt er voor dat het papier tussen de cilinders in de groeven wordt geperst. DSCN2346.jpgAls de afdruk onder de pers uit is, kun je het papier van de drukplaat optillen. Pas dan vindt de feitelijke inktoverdracht plaats. Met het optillen zuigt het papier de inkt uit de groeven van de zinkplaat.

Een gedrukte prent heeft dan ook, nadat de inkt is gedroogd, de lijnen bovenop het papier liggen. Samen met het reliëf van de rand van de zinkplaat, ‘de moet’, is dit een duidelijk bewijs van een handmatig gedrukte ets.

DSCN2344.jpgHoewel zwarte inkt het meest gebruikt wordt, is het mogelijk om met verschillende kleuren naast en over elkaar te drukken. Zo ontstaan ‘kleurenetsen’.

Bij een met zuur tot stand gebrachte ets kan de oplage veel hoger zijn dan bij een droge-naald. De afbeelding ligt immers geheel verdiept in de plaat. Maar toch geldt ook hier dat de eerste afdrukken van de oplage meestal mooier zullen zijn dan de laatste.


Mezzotint
Detail van  mezzotint

Bij deze techniek wordt met een wiege-ijzer met scherpe punten het oppervlak van de drukplaat geruwd. Daarna wordt de afbeelding aangebracht door met een schraap- en een polijststaal sommige delen te pletten en min of meer opnieuw glad te maken. Hoe ruwer het oppervlak, hoe meer inkt wordt vastgehouden. Dus hoe gladder geplet, hoe minder inkt. Zo kun je verschillende grijstinten maken. Afdrukken geschiedt als bij etsen. De oplage zal altijd kleiner zijn dan bij een ets, omdat – net als bij de droge-naald – de drukplaat bij iedere afdruk door de pers iets meer wordt geplet.


ets-Marca-2.jpgVernis mou

Op een nieuwe zinkplaat, die eerst aan de achterkant van een zuurbestendige lak moet zijn voorzien, wordt een dun laagje schapenvet aangebracht. Daarin kun je zachte voorwerpen drukken, zoals gedroogde boomblaadjes en veertjes. Ook kun je er een vel tekenpapier op leggen en dan met een potlood tekenen. Deze lijnen drukken door het vet op de plaat. Vervolgens kun je de plaat kort in het zuur leggen en laten uitbijten.

De op deze wijze uitgebeten lijnen hebben een zachter karakter dan etslijnen die met een stalen pen zijn getekend.

Ook een vernis Mou-prent wordt afgedrukt als een ets, maar de oplage zal niet even groot zijn. De fijne details verdwijnen al na ongeveer 20 afdrukken.


Aquatint

goya-aquatintets.jpgIn een stuifkast laat je heel fijn asfalt- of harspoeder neerdwarrelen op een schone zinkplaat. Daarna smelt je dit vast met een gasbrander. Je hebt dan een plaat met egaal verdeelde hele fijne laag met zuurbestendige bobbeltjes. Dan ga je met de wasachtige afdeklak die delen afdekken die wit moeten blijven en kun je vervolgens de plaat in het zuur leggen. Net als bij het etsen: hoe langer in het zuur, hoe dieper het zink wordt weggevreten. Alleen nu werk je meer in vlakken. De bobbeltjes asfalt of hars houden het invreten tegen en zullen in de afdruk als kleine witte stippeltjes te zien blijven. Dit is een methode om vlakken in verschillende nuances grijstinten te verkrijgen. Het afdrukken verloopt als bij de ets. De omvang van de oplage zal kleiner zijn dan die van een ets die alleen uit lijnen bestaat. De fijne nuances in het grijs verdwijnen al na ongeveer 30 afdrukken.

 

DSC06591.jpg
 
Fotopolymeer

Nieuw is de methode om met behulp van een dunne laag van een lichtgevoelige gel afbeeldingen op een (zink-)plaat aan te brengen. De gel is als een film te koop. Door middel van belichting kun je de gel uitharden op die plekken waar je licht op laat vallen. Daartegenover blijft de gel zacht op die plekken waar het licht is tegen gehouden en dit kan worden uitgewassen. Zo bereik je een hoogteverschil op de plaat. Zo kun je bijvoorbeeld foto’s overzetten op zink. Je maakt van een foto een kopie op een transparante sheet en die ga je belichten op de gel die je tevoren in een zwak verlichte ruimte hebt aangebracht op een nieuwe zinkplaat.


Else-van-Luin--2007---ets-dsc04107.jpgGebruik je een dikke laag gel, dan is het reliëf in de gel zelf diep genoeg om de plaat zo af te drukken alsof het een ets is. Wanneer je een dunne laag gebruikt, dient deze als een afdeklaag waarin de afbeelding middels belichting wordt aangebracht. Dan moet je eerst het etsprocedé volgen door de plaat in een zuurbad te laten uitbijten.


In beide gevallen kun je de uiteindelijke drukplaat als een ets afdrukken. De oplage van de prent waarbij de dikke laag is gebruikt en de afbeelding in de gel is aangebracht stagneert bij ongeveer 40. Dan blijkt de gel te gaan afbrokkelen. Wanneer de plaat is geëtst, dan is de mogelijke oplage hoger.

 

 

Afbeeldingen van boven naar beneden:

1. Gravure van P. van Liender (1758) (foto: Gemeente Gennip)

2. Droge naald afdruk van Josine Mulder (cursiste Almere)

3 t/m 8. Else van Luin maakt een ets

9. Detail van een mezzotint van Els Boll-Groeneveld (cursiste Almere)

10. Vernis mou ets van Marca Wauben (cursiste Almere)

11. Francisco José de Goya y Lucientes , El sueno de la razon produce monstruos
(De droom van de rede brengt monsters voort), nr 43 uit 'Los Caprichos' ,
ca. 1797, ets en aquatint, Rijksmuseum Amsterdam

12. Fotopolymeer-afdruk van Els Boll-Groeneveld (cursiste Almere)

13. Fotopolymeer en ets, Eigen prent ‘Verre gedachten’  2007

© 2018 Else van Luin